In de Nieuwe Dockumer Courant van 18 februari 1911 staat het volgende bericht:

"O.-Nijkerk, 17 Febr. In onze plaats is thans ook van Gereformeerde zijde een fanfarecorps opgericht, zoodat hier nu twee fanfare’s zijn. Als directeur treedt op de heer de Jong van Nes"

In dit hele kleine bericht ziet men het officiële begin van Muziekvereniging U.D.I. "Uitspanning door Inspanning". Als oprichtingsdatum wordt 11 februari 1911 aangehouden, hoewel de krant 17 februari aangeeft. In Oosternijkerk bestond ook al een hervormd korps, "Looft den Heere", opgericht in 1909 (12 leden). Bij deze vereniging speelden ook drie muzikanten van gereformeerde huize. Niet een van deze drie personen zat in het bestuur en toen er een voorstel van het bestuur kwam waarmee de drie gereformeerde leden het niet eens waren, en er ook niet naar hen werd geluisterd, stapten ze alle drie uit Looft den Heere. Dit was de aanleiding om te proberen zelf maar een vereniging op te richten. Daartoe werd er tweemaal een rondgang door het dorp gemaakt: eerst om genoeg kandidaat-muzikanten bijeen te scharrelen en daarna om geld in te zamelen om de te kopen instrumenten te kunnen betalen. Er werden 12 muzikanten gevonden en een bedrag van f 300,- werd binnengehaald. Daarvan kon een kleine bezetting van instrumenten worden voorzien:

Piston: Anne Kuzema en Meint Jousma
Bugle: Monte Buwalda en Broer Adema
Alt Jan Postma en Folkert Sijtsma
Petit bugle: Jelte de Wilde
Bariton: Taede Weidenaar
Kleine bas: Reinder Buwalda
Tuba: Doede Jongeling
Trompet: Andries Torensma
Grote trom: Gerrit Brouwer

In 1912 werd nog voor f 20,- een kleine trom gekocht, bespeeld door Rienk Blom. Hij was toen 10 jaar en zou van 1919-1925 dirigent van het korps zijn.

Lang hebben deze twee verenigingen niet naast elkaar bestaan. Volgens documenten uit die tijd moet “Ús Nocht” zijn opgeheven zo rond 1914. Er is een leuke anekdote over de “aftocht” van het oudste korps. Tijdens de Onafhankelijkheidsfeesten in 1913 speelden beide korpsen mee in de optocht, het ene vooraan en het andere ergens in de midden. Aan het eind van het dorp moest de stoet omkeren en dus zouden de twee korpsen elkaar ergens moeten passeren, elk een andere mars spelend: welk korps zou dat kunnen volhouden en niet in de war raken? Het lukte U.D.I. om door te spelen en Looft den Heere raakte totaal van slag; volgens oudere dorpsbewoners was dat het begin van het einde van dat korps.

Sinds de oprichting heeft de vereniging roerige tijden gekend, zoals menig ander korps. Er zijn perioden geweest dat het ledental zo laag was, dat er werd vergaderd of men wél of níét door zou gaan (het dieptepunt was 1958 met nog maar 9 leden). Aan de andere kant heeft U.D.I. ook zijn hoogtijdagen gevierd. Vele eerste prijzen werden binnengehaald en er werd gespeeld in hogere divisies.

In 1999 vond er in het bestaan van de vereniging een grote verandering plaats. Na bijna 90 jaar als fanfarekorps te hebben gefungeerd, werd noodgedwongen de bezetting veranderd naar een brassband. In de jaren die volgden heeft de band zich toch weer snel ontwikkeld tot een vereniging met toekomst!

In 2011 werd het 100-jarig bestaan van het korps groots gevierd met de verschijning van een boek over de geschiedenis van het korps ("Hark ris, wat kinne dy mannen spylje!"), een reünie in dorpshuis De Terp en een reünieconcert in een grote tent achter het dorpshuis met als gast Gurbe Douwstra. Het jubileumjaar werd afgesloten met een concertreis van vier dagen naar Luxemburg en Trier waarbij U.D.I. drie keer een optreden in het buitenland verzorgde.

 

kerk-kado-Lieuwe-Elzinga

© 2017; gerealiseerd door Webdesign&PCs